DWD-MediaDWD-Media

informatief / betrokken / overzichtelijk

Advetorial Advocatenkantoor Wouw

Kort geding bij huurachterstand

 

Bij een huurachterstand van tenminste 3 maanden kan in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde worden gevorderd. Een dergelijke procedure kost tijd, zeker als de huurder verweer voert louter om tijd te winnen, waardoor de huurachterstand nog verder op loopt.

 

In dat geval kan naast de bodemprocedure in een kort geding de ontruiming van het gehuurde worden gevorderd. Die vordering wordt toegewezen:

 

  • wanneer voldoende aannemelijk is dat de vordering in de bodemprocedure zal worden toegewezen. Die vordering moet dus hard zijn en op eenvoudige wijze in kort geding kunnen worden vastgesteld. Dat betekent dat de huurovereenkomst, de facturen, de aanmaningen en sommatie overlegd moeten worden;

  • en de verhuurder een spoedeisend belang heeft bij spoedige ontruiming. Alleen de huurachterstand en het verder oplopen daarvan is niet voldoende grond voor een spoedeisend belang. Daarvoor zijn extra argumenten nodig, bijvoorbeeld dat de verhuurder zelf in betalingsproblemen komt als gevolg van de wanbetaling door de huurder. Of dat een andere wel tijdig betalende huurder is gevonden, die het gehuurde spoedig kan en wil huren.

     

    Als laatste uitvlucht wordt door een huurder soms het verweer gevoerd dat geen sprake is van een huurachterstand, maar dat de huurbetaling werd opgeschort wegens gebreken aan het gehuurde. Op een dergelijk verweer moet worden geanticipeerd.

     

    Is aan alle voorwaarden nauwgezet voldaan, dan kan een kort geding tot ontruiming bij een oplopende huurachterstand een effectief middel zijn.

     

    Toine Dielissen

Advocatenkantoor Wouw - 0165-743 100